L. G. Smith

Deze tekst is eerder verschenen in de Ñapa, de weekendbijlage van de Amigoe, als artikel over de achtergronden van Arubaanse straatnamen.

Wie uit zuidelijke richting Oranjestad binnenrijdt, langs Cas di Cultura, komt vanzelfsprekend op de L.G. Smith Boulevard. De straat dankt haar naam aan Lloyd Gaston Smith (geboren 27 mei 1891), die van 1933 tot 1946 bedrijfsleider was van Lago Oil & Transportation Company.

Loyd en Lucy Smith, 1950 

L.G. Smith begon zijn loopbaan in de jaren twintig van de vorige eeuw als ingenieur bij Standard Oil in New York. Dit bedrijf was internationaal actief en had in 1925 van de Nederlandse overheid een concessie gekregen om gedurende 99 jaar Aruba te gebruiken als locatie voor het verwerken en exporteren van olie dat met tankers werd aangeleverd vanuit het meer van Maracaibo (‘Lago’ is ‘meer’ in het Spaans).

Toen de natuurlijke gesteldheid van de Venezolaanse kust nabij het oliemeer ongeschikt bleek voor havenbouw, kwam Aruba naar voren als goed alternatief voor een haven en raffinaderij. In de zomer van 1933, toen de belangrijkste sectoren van de Lago-raffinaderij al draaiende waren, werd LG Smith naar Aruba gezonden om het gezag over te nemen van Captain Rogers, Lago’s eerste bedrijfsleider.

Smith, zijn vrouw en hun vijf kinderen, kwamen te wonen in de Lago Colony, het dorp dat was aangelegd voor de buitenlandse werknemers van de raffinaderij. Aanvankelijk woonde het gezin in een bungalow, maar al direct na hun aankomst startte Lago de bouw van een huis dat niet alleen zou dienen als woning voor het gezin van de bedrijfsleider, maar ook als logeerplaats voor buitenlandse gasten en receptieplaats van Lago.

La Casa Grande, zoals het huis in de volksmond heette, werd door de familie Smith bewoond van 1934 tot 1946.

Het was het enige huis in Colony met twee verdiepingen en telde maar liefst zestien vertrekken (vijf gezinsslaapkamers, een gastenkamer, een bibliotheek, een woonkamer, een eetkamer, een butlerskamer, keuken, en vier bediendenkamers). Drie riante patio’s en bloementuinen completteerden het geheel. Het huis stond op een klip met uitzicht op het Baby Lagoon (zoals zij destijds werd genoemd) en The Point, het terrein waar later een honkbalveld, tennisbanen en clubhuis gebouwd werden.

Lago groeide snel, mede dankzij de duizenden immigrantenarbeiders die de productie ten top voerden. LG Smith startte bovendien diverse scholingsprogramma’s waardoor het ook voor de lokale bevolking mogelijk werd om als technicus werk te vinden bij Lago. Aan het begin van de Tweede Wereld Oorlog, in 1940, behoorde de raffinaderij tot de modernste en grootste ter wereld. De Geallieerde troepenmachten waren zeer van Lago afhankelijk. Geen wonder dat de Duitsers pogingen ondernamen om de bedrijfsvoering stop te zetten of tenminste schade toe te brengen. Franse, Schotse en Amerikaanse soldaten werden ingevoerd om Aruba en Lago te beschermen tegen een eventuele Duitse aanval. Continu patrouilleerden de militairen langs de kust, op zoek naar duikboten van de vijand.

Maar ondanks de vereende inzet, kon een aanval niet worden verhinderd.

In de nacht van 15 op 16 februari 1942 begonnen de Duitsres ‘Operation Paukenschlag’: vijf zwaarbewapende Duitse duikboten voerden verrassingsaanvallen uit op Aruba en Curacao. De eerste torpedo werd afgevuurd op het tankerschip Pedernales dat voor de kust van Aruba lag. Het was meteen raak. De lading ruwe olie vloog in brand. Maar het schip zonk niet. Drie anderen deden dat wel. Veel bemanningsleden zagen geen kans om te ontkomen aan de vuurzee. Alleen diegenen die meteen na de aanval in het water waren gesprogen hadden een kans te ontkomen. Deze overlevenden werden met vreselijke brandwonden aan land gebracht.

De Duitsers mikten ook op de Lago-raffinaderij, maar misten telkens. De meeste van deze torpedos kwamen terecht in zee, op strand of ander braakliggend terrein. De aanval begon met een hels lawaai dat iedereen in Colony wakker schudde. LG Smith stormde vanuit zijn slaapkamer op het balkon en wist niet wat hij zag.

Zijn zoon, Gerald Smith, die in 1988 een biografie van zijn vader publiceerde, vertelt:

“Mijn vader was ongelooflijk kwaad toen hij zag dat iemand ‘zijn’ raffinaderij aanviel. Het was een angstaanjagend beeld. De drie olietankers waren doormidden gebroken, opgeslokt door vuur en aan het zinken. De lucht en de zee waren helemaal verlicht door het oplaaiende vuur van de drijvende olie uit de schepen en zelfs door het harde waaien van de wind heen kon je twee mijlen verwijderd van de schepen, tot aan ons huis, het geschreeuw van de gewonde en brandende bemanningsleden nog horen. Ik kende mijn vader niet als een man die vloekte, maar die avond heb ik hem woorden horen gebruiken die hij waarschijnlijk in de loop der jaren had opgespaard. In wanhoop ledigde hij bovendien alle zes rondes van zijn revolver op de aanvallende onderzeer die zo’n drie tot vier mijlen buiten de kust lag.”

Gerald vertelt verder in de biografie dat zijn vader zich razendsnel aankleesde en met een noodgang in de auto naar de raffinanderij reed. Daar werden al verwoedde pogingen ondernomen om de raffinaderij, die ‘als een kerstboom verlicht was’, zo snel mogelijk te verduisteren. Men kon echter de hoofdschakelaar niet vinden van een serie lampen die liep vanaf de hoofdpier naar de raffinaderij. Toen Smith het probleem vernam, zocht hij onmiddellijk naar stenen en gooide de lampen stuk voor stuk kapot terwijl hij langs hen rende.

Deze actie leverde hem een heel toepasselijke bijnaam op: ‘The Flash’.

Uiteindelijk bleef de raffinaderij ongedeerd. De schade aan materiaal en levens bleef beperkt tot de schepen. Vanaf die tijd gold echter voor heel Aruba een verplichte verduistering in de avonduren.

In de loop van de jaren veertig groeide LG Smith uit tot een levende legende op Aruba. Zijn naam werd verbonden aan het enorme succes van Lago en de groei van de Arubaanse economie. Voor zijn bijdragen aan de vooruitgang van het eiland werd hij tweemaal geëerd ridderlijk onderscheiden door het Huis van Oranje Nassau.

In 1946 werd LG Smith, volgens de regels van Standard Oil ten aanzien van buitenlandse bedrijfsleiders die 55 jaar werden, ontheven van buitenlandse dienst en teruggeplaatst naar het hoofdkantoor in New York.

Twaalf jaar daarna, in 1958, overleed hij aan een hartaanval. Zijn lichaam werd gecremeerd en zijn as werd op zijn eigen verzoek rondgestrooid in de zee tussen Aruba en het Maracaibo meer. In 1960 liet Aruba’s toenmalige gezaghebber, de heer Beaujon, namens de Arubaanse bevolking een buste van hem plaatsen tegenover Cas di Cultura, aan het begin van de straat die al naar hem was vernoemd, de LG Smith Boulevard.

 

Dit artikel valt onder het copyright van de Aruba Heritage Foundation.

Het is onderdeel van een boek getiteld ‘Na Caminda’ welke te zijner tijd wordt gepubliceerd.

Voor meer informatie zie www.arubaheritage.com  

Logo van de Aruba Heritage Foundation 

 
< Vorige

[+]
  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Auto width resolution
  • Increase font size
  • Decrease font size
  • Default font size
  • default color
  • blue color
  • green color