Home arrow Monumenten en Musea arrow Willem-III Toren & Fort Zoutman
Fort Zoutman & Willem-III Toren: Historisch Museum

Een in verschillende fasen tot stand gekomen complex met voormalig fort en voormalige vuurtoren en stadstoren. Beide objecten werden in 1974-1980 gerestaureerd. Het gehele complex werd tenslotte op 15 september 1983 opgeleverd. Daarna is er het  Historisch Museum in gevestigd, onder beheer van de 'Fundacio Museo Arubano'. Er zijn gebruiksvoorwerpen uitgestald die eeuwen teruggaan, van de tijd van de Spaanse en Nederlandse kolonisatie tot het recente verleden. Voorwerpen die deel uitmaakten van inrichting van de huizen alsmede instrumenten, gebruikt bij de aloëteelt en de goudwinning zijn er te vinden.

Willem III Toren & Fort Zoutman

In 1796 besloot het op Curaçao opgerichte Comité Militaire, met waarnemend gouverneur Johan Rudolf Lauffer als burgerkapitein, in verband met de destijds onzekere internationale politieke omstandigheden tot het bouwen van een fortificatie op elk van de drie Benedenwindse eilanden. Aan de Paardenbaai werd een vesting ontworpen die zowel de haven moest kunnen beschermen, als een aanval van landzijde moest kunnen weren, en dienst kunnen doen bij binnenlandse ongereldheden. Omstreeks 1798 werd de bouw voltooid. Het werd genoemd naar de schout-bij-nacht Johan Arnold Zoutman.

Fort Zoutman 

Het terrein van de te bouwen vesting werd gecorrigeerd: men bouwde een stenen wal aan de zuidzijde en vulde het achterliggende deel op. Het zuidelijke deel werd hierdoor zelfs ongeveer 0.5 m. hoger dan het noordelijke en fungeerde zo als verdedigingswal. Op het noordelijke deel kwamen de drie - thans daar gerestaureerde - dienstgebouwen: een wachtlokaal dichtbij de hoofdpoort, daarnaast een soldatenkwartier en haaks op deze twee gebouwen een magazijn. Tot de oorspronkelijke aanleg behoorde ook een kookhuis of oven en een regenbak. Het zuidelijke deel werd geplaveid en vormde de appèlplaats. Het fort heeft een vestingbouwtechnisch afwijkende rechthoekige plattegrond, in aansluiting op de plaatselijke eisen en gesteldheden. De schietgaten bestreken het voorterrein aan de landzijde; het geschut op de embrasures diende de verdediging van de haven. De muur aan de NO-zijde kon worden geflankeerd door het centrale bastion met linker- en rechter-face. Aan weerszijden hiervan bevinden zich nabij de hoeken van het fort soortgelijke voorsprongen ter flankering van de fortmuren in ZW-richting. Ook de inspringing in de muur op enige afstand te rechterzijde van de toren diende het flankerend vuur; dito de inspringing in de tegenoverliggende muur. In totaal heeft het fort in oorsprong mogelijk 35 schietgaten gehad; dr. J.Hartog telde er vóór 1974 nog 31. De hoofdpoort bevond zich ter plekke van de huidige Toren Willem-III; aan de tegenoverliggende zijde bevond zich een kleine vluchtpoort. De zuidwal was aan die zijde de enige verdediging; de huidige betonnnen muur aldaar dateert van 1936. [De bewapening bestond mogelijk uit vier kanonnen (carronades, Carron in Schotland); in dit verband dient onderzocht te worden wat de herkomst is van het thans nog aanwezige restant van een kanon]. In 1826 bleek het fort en het daarin gelegen wachthuis, soldatenkwartier en magazijn in slechte staat te verkeren. Onder leiding van commandeur Simon Plats werd het fort opnieuw bevestigd.

Omstreeks 1830-1834 verloor het fort zijn garnizoen. In 1859 werden er een brigadier en vijf manschappen van de brigade Koloniale Marechaussee in gelegerd. In dat jaar bouwde men tegen de westelijke en oostelijke fortmuren cellenblokken, hierdoor werden embrasures ingenomen en er verdwenen enkele schietgaten. In 1909 werd in de westelijke muur een peilmerk aangebracht, toen kapitein J. Lens in opdracht van de Nederlandse regering topografische opmetingen verrichtte voor de in 1912 verschenen eerste topografische kaart van Aruba.

In 1936 werd het oostelijke cellenblok afgebroken en vervangen door cellen van beton. Bij de restauratie van 1974-1980 heeft men drie westelijke cellen (tegen de westelijke muur) laten staan. Het fort heeft in de loop der tijd aan verschillende ambtelijke diensten onderdak geboden Onder Jan Frederik Quast,  gezaghebber van 1920-1928 was het gezaghebberskantoor in het Fort Zoutman ondergebracht. In de loop van 1931 werden de twee toenmalige woonhuizen (het oude wachtlokaal en het soldatenkwartier) en het voormalige magazijn afgebroken. Bij de restauratie zijn de bressen die door gezaghebber Wagemaker en later door DOW in de fortmuur werden geslagen gedicht, de voormalige cipierswoning (1934) werd al in 1972 afgebroken, evenals allerlei schuren en aanbouwsels; delen van het onder de grond verdwenen banket werden weer blootgelegd. Met uitzondering van de in 1936 opgetrokken muur op de zuidelijke wal, werden alle in dat jaar aan de oude fortaanleg toegevoegde gebouwen gesloopt. Bij de restauratie heeft men een resterend gedeelte van het plaveisel weer aan de oppervlakte gebracht. Dit is, samen met de muren van het fort en het kookhuis met de oven (in gebruik geweest tot 1936), het oudste en meest oorspronkelijke deel van het fort. Men heeft verder de fundamenten getraceerd van het oude wachtlokaal, het soldatenkwartier en het magazijn. Op basis van oud beeldmateriaal heeft men op nieuwe funderingen een reconstructie gemaakt van de drie gebouwen. Spouwmuren gaven de gewenste dikte als nabootsing van de oorspronkelijke muren in klip- en breuksteen. In verband met de nieuwe museale functie is het magazijngebouw breder gemaakt.

De bouw van de vuurtoren - Toren Willem-III - in 1868 is het directe gevolg van het verzoek van de gezaghebber J.H. Ferguson in 1866 aan de gouverneur van Curaçao om een stadsklok te mogen plaatsen. Men besloot echter een vuurtoren te bouwen, waar dan tegelijkertijd de luiklok in kon worden opgehangen, waarmee men op de volle uren de tijd kon aangeven (dit geschiedde tot 1933). De toren werd genoemd naar de toen regerende Koning der Nederlanden, Willem-III. Op zijn verjaardag, 19 februari 1868, brandde het vuurtorenlicht voor het eerst. Men plaatste de toren vóór de hoofdpoort aan de westzijde van het fort. Boogvormige muuropeningen zorgden voor de benodigde mogelijkheid tot onderdoorgang. De eerste bouwlaag van de toren fungeerde derhalve als monumentale toegang tot het fort. In de toren vestigde zich de politie met politiewacht. Aan de achterzijde van de toren verrees een houten verhoging in aansluiting op de als slaapvertrek gebruikte eerste verdieping. Dit verbindingsstuk werd in 1937 verhoogd en vervangen door een betonnen aanbouw; hierin bevond zich ook de houten trap. In 1868 telde de toren één bouwlaag minder dan tegenwoordig. Destijds bevond zich op de bovenste verdiepng een achtzijdige lantaarn voor de kerosine-lamp. Tussen 1885 en 1900 is de lantaarn vervangen door een vierzijdige houten kap. Antoine van Meeteren zette in 1930 een stenen verhogng op de plaats van die kap. De kerosinelamp werd eerder vervangen door een twee-pits petroleumlamp (een oud exemplaar van de California-vuurtoren) en in 1930 door een acyteleenlamp. In 1935 is er electrisch licht op de toren gekomen. In 1937 kreeg de toren zijn huidige vorm door toedoen van gezaghebber I. Wagemaker. Bovenop werd een betonnen bouwlaag toegevoegd, met aan elke zijde een stadsklok. De houten vloeren werden vervangen door betonvloeren. De nieuwe klok werd besteld bij Petit & Fritsen (Aarle-Rixtel). Het houten balkon werd vervangen door een balkon met een betonnen bodemplaat. De lamp stond toen nog op een van de hoeken. In 1963 werd deze weggenomen en verloor de Willem-III toren zijn functie als vuurtoren.

Tekst en foto: Monumentenbureau

 
< Vorige   Volgende >

[+]
  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Auto width resolution
  • Increase font size
  • Decrease font size
  • Default font size
  • default color
  • blue color
  • green color