Home arrow Het land Aruba
Het Land Aruba

Op 1 januari 1986 verkreeg Aruba eindelijk zijn 'Status Aparte' en werd een zelfstandig deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het kreeg een eigen gouverneur, een regering met een premier en zeven ministers. Het parlement kreeg 21 leden. Het Eilandgebied Aruba ging over in het Land Aruba. De eerste premier van het nieuwe land binnen het Koninkrijk werd de AVP-leider Henny Eman. De MEP van Betico Croes was weliswaar bij de verkiezingen in 1985 als grootste partij uit de bus gekomen maar Eman wist de MEP in de oppositie-banken te krijgen door enkele kleine partijen in de nieuwe Staten in zijn coalitie op te nemen. Dit was een bittere teleurstelling voor Betico Croes, die bij de verwezenlijking van zijn grote ideaal, de Status Aparte voor Aruba, niet als eerste minister-president kon aantreden. Door een tragisch auto-ongeval op de vooravond van de ingang van de Status Aparte heeft hij dit moment niet mogen meemaken. Hij geraakte in een coma waaruit hij nooit meer is ontwaakt.

minister president Henny Eman
Het eerste kabinet Eman werd gevormd door AVP-ministers Watty Vos (Justitie), Armand Engelbrecht (Financiën)en Mito Croes (Welzijnszaken). Van de kleine coalitiepartijen trad toe Leo Berlinski (PDA) op Economische Zaken, Pedro ('Charo') Kelly (ADN) op Publieke Werken en Benny Nisbet (PPA) op Vervoer en Communicatie.

De regering Eman zag zich geconfronteerd met enorme uitdagingen: in 1985 had Exxon bekend gemaakt de Lago raffinaderij te zullen sluiten. Een enorme klap voor de Arubaanse economie want ruim een derde van de overheidsinkomsten kwam uit de olieindustrie. Met de sluiting van de Lago daalde het Bruto Binnenlands Produkt (BBP) met 18 procent en steeg de werkeloosheid in één klap naar 20 procent.
De regering Eman begon, met financiële hulp van Nederland en technische bijstand van het IMF aan een aanpassingsprogramma om de economie van het eiland er weer bovenop te krijgen. De focus was de uitbreiding van de toeristensector en het aantrekken van meer hotels. De financiering van een aantal hotelprojecten werd gesteund door overheidsgaranties. Deze overheidsmaatregelen hebben geleid tot een ware ‘boom’ van investeringen in het toerisme en daarmee verband houdende activiteiten. Hierdoor groeide de economie en nam het bruto binnenlands produkt aanzienlijk toe in de periode tot 1990. Er werden ongeveer 10.000 nieuwe banen gecreëerd en waardoor er bijna geen werkeloosheid meer bestond. Het aantal hotelkamers nam drastisch toe: in 1985 had het eiland 2040 kamers, eind 1990 waren dat er 4500. In 1995 zelfs 6500. Verschillende bekende hotelketens kozen Aruba uit voor het neerzetten van een luxueus resort. In 2001 waren er zo’n 30 hotels op het eiland met in totaal 7060 kamers. In 1986 kreeg Aruba haar eerste eigen luchtvaartmaatschappij: Air Aruba.

Koningin Beatrix en premier Henny Eman

Ook werd er een nieuwe oliemaatschappij gevonden om de leegstaande Lago-raffinaderij weer tot leven te brengen: Coastal Aruba Refinery Company. In 1990 werd  de productie hervat waarna in de loop van de jaren zo’n 670 banen werden gecreëerd, nog afgezien van die bij de zgn. ‘subcontractors’.
Economisch gezien werd gedurende de periode ’86- ’89 een prestatie van formaat geleverd. Aruba kreeg een eigen Centrale bank en een eigen munt, de florin. Op gebied van justitie kwam er een eigen Procureur Generaal en een eigen Openbaar Ministerie voor Aruba. De Universiteit van Aruba werd opgericht, voorlopig alleen nog maar met een Juridische Faculteit. Later zou een Financieel Economische en een Toeristische Hotel Management faculteit volgen.  

In het parlement stonden AVP en MEP zoals gebruikelijk weer lijnrecht tegenover elkaar: terwijl de MEP bleef vasthouden aan de afgesproken totale onafhankelijkheid van Aruba per 1996, maakte de AVP-coalitie zich sterk om deze clausule te laten schrappen; ook bleef het zich verzetten tegen het afdragen van het Arubaanse deel in het Solidariteitsfonds.

Politiek gezien ging het binnen de regeringscoalitie niet zo voor de wind. Veel plezier heeft Eman van de kleine partijen niet gehad. Minister Leonard Berlinski van de Partido Democratico Arubano (PDA) raakte betrokken bij een corruptieschandaal en stapte al in juli ’86 uit de coalitie. Zijn portefeuille werd door 'zakenminister' Don Mansur overgenomen. De Partido Patriotico Arubano (PPA) van Benny Nisbet deed hetzelfde in januari ’87 (hij werd opgevolgd door Angel Bermudez) en de Accion Democratico Nacional (ADN) van Pedro ('Charo') Kelly in juni 1987. Toen ook de Accion Democratico ’86 van Frank Booi (hij had de plaats van Charo Kelly overgenomen) in 1988 zijn steun introk, viel het kabinet Eman I maar regeerde demissionair door tot de verkiezingen van januari 1989. Bij die verkiezingen werd de MEP (16492 st.) de grootste partij: 10 zetels, tegenover 8 voor de AVP (12658 st.); PPA (1768 st.) en ADN (2235 st.) haalden elk 1 zetel en gingen een coalitie aan met de MEP. Nelson Orlando Oduber werd de tweede premier van Aruba. Henny Eman werd oppositieleider en bleef in die hoedanigheid aandringen op het schrappen van de totale onafhankelijkheid voor Aruba; hij stelde voor daarover een referendum te houden. Uiteindelijk werd bij het Koninkrijksoverleg van 1991 vastgelegd dat er werd afgezien van de volledige onafhankelijkheid per 1996. De Status Aparte zou een permanente status blijven.

 Nel Oduber

Het kabinet Oduber kon twee regeerperioden aanblijven met steun van de ADN van Charo Kelly en de PPA van Benny Nisbet. Ministers voor de MEP waren Hendrik Croes op Justitie, Guillermo Trinidad op Financiën, Daniel Leo op Economische Zaken en Fredis Refunjol op Welzijnszaken. Na de dood van Daniel Leo in maart 1990 nam Edison Briezen zijn portefeuille over en na de dood van Guillermo Trinidad in januari 1991 werd Roland Lacle minister. Charo Kelly (ADN) die Publieke Werken en Volksgezondheid had, was tevens vice-premier. Voor de PPA was Elio Nicolaas minister van Vervoer en Communicatie.

Gedurende het eerste jaar van de tweede periode werden premier Oduber en oppositeileider Eman door minister-president Lubbers naar Den Haag geroepen voor overleg; er werd door Lubbers te verstaan gegeven dat het (vooral financiële) roer omgegooid moest worden. Bij de Parlementsverkiezingen van januari 1993 kwamen MEP (14907 st.) en AVP (15621 st.) uit op 9 zetels elk maar de MEP bleef de coalitie met PPA (2098 st., 1 zetel) en ADN (2314 st., 1 zetel) voortzetten. De AVP bleef in de oppositie, samen met de nieuwe partij Organisashon Liberal Arubano (OLA) waarvan Glenbert Croes, de zoon van Betico Croes de leider was (3056 st, 1 zetel). Er kwam een nieuwe minister van Financiën voor de MEP, Ella Tromp-Yarzagaray. Benny Nisbet keerde terug op de post Vervoer en Communicatie. Oduber heeft het met deze kleine partijen nog uitgehouden tot april/mei 1994, toen er ruzie tussen PPA en ADN uitbrak; eind juli van dat jaar werden er weer verkiezingen gehouden. De AVP werd toen de grootste partij (18079 st.) met 10 zetels tegenover de MEP (15438 st.) met 9. Na de verkiezingen in dat jaar ging de AVP een coalitie aan met de OLA. Deze partij had twee zetels (4415 st.) in het parlement. Glenbert Croes werd minister van Vervoer en Communicatie en Lily Beke-Martinez minister van Publieke Werken en Volksgezondheid. Voor de AVP traden opnieuw Vos en Engelbrecht als ministers aan plus een nieuw gezicht, dat van Robertico (Tico) Croes, die Economische Zaken ging beheren. Henny Eman werd opnieuw minister-president van een coalitieregering die streefde naar een grondige sanering van de overheidsuitgaven, nauwlettend gevolgd door de inmiddels ingestelde gemende Nederlands-Arubaanse commissie Aarts-Muyale. Nadat deze commissie in totaal een drietal rapportages heeft verricht, is zij in de loop van 1995 weer opgeheven. De regering Eman zette zich krachtig in voor verbetering van de economische en financiële situatie. Het Openbaar Ministerie deed onderzoek naar geruchten over betalingen aan politici. Zo zou een Italiaanse aannemer in 1987 geld in de AVP verkiezingskas gestort hebben om overheidsgaranties te krijgen voor de financiering van een (niet afgebouwd) hotelproject.  Aruba kreeg in 1995 zijn langverwachte 18-holes golfbaan, op Tierra del Sol.

De coalitie AVP/OLA maakte haar regeringsperiode niet vol: in 1997 kwam het tot een breuk tussen beide partijen: de AVP had kritiek op Glenbert Croes vanwege diens vriendjespolitiek. De Algemene Rekenkamer onderzocht in verband hiermee enkele overheidsprojecten en concludeerde dat de aanbesteding door Croes van deze infrastructurele projecten ondoorzichtig en oncontroleerbaar was geweest. Er werd besloten de geplande verkiezingen van 1998 naar voren te schuiven. Na de verkiezingen van december 1997 bleef de verhouding tussen de twee grootste partijen hetzelfde (AVP 10 en MEP 9 zetels). Er is toen door de AVP geprobeerd te komen tot een coalitie met de andere grote partij, de MEP. Deze partij voelde daar niet echt voor en na meer dan 6 maanden moeizame gesprekken te hebben gevoerd, gaf de AVP het op en begon weer te onderhandelen met de oude coalitiepartner OLA, die nog steeds twee zetels had. Daaruit kwam in 1998 inderdaad een coalitie; in het kabinet Eman III bleven de ministers Vos, Croes en Beke aan en waren de nieuwe bewindslieden Mary Wever-Laclé op Onderwijs en Arbeid , Ike Posner op Volksgezondheid en Junior Croes (broer van Glenbert) op Vervoer & Communicatie en Sport. Hij had de plaats van zijn broer ingenomen die in een schandaal verwikkeld was maar die in juni 2000 de portefeuille toch weer overnam.De coalitie leek eerst zwak te zijn maar die hield het toch nog enkele jaren uit. Prioriteit zou volgens het regeerprogramma uitgaan naar bezuinigingen en hervorming van het belastingstelsel. De MEP bleef in de oppositie, een rol waar partijleider Oduber zich prima in thuisvoelde en van waaruit hij zich helemaal kon richten op de volgende verkiezingen. Het derde kabinet Eman maakte de regeerperiode ook niet vol: de verkiezingen werden opnieuw vervroegd gehouden, eind september 2001. Inmiddels was Watty Vos in januari 2001 overleden.

Het was in deze laatste regeerperiode – in september 1999 –  dat het kabinet Eman II kwam met een gedurfd project dat nieuw leven moest brengen voor San Nicolas, een district waaraan bij verkiezingen traditioneel veel beloofd werd terwijl daarvan zelden iets terecht kwam. Het plan behelsde de aanleg van een supermoderne racetrack bij Seroe Colorado aan de noordkust. Zakenman Carlo Mansur had de Amerikaan Ralph Sanchez, eigenaar van een racetrack in Florida, verzocht een dergelijke racetrack voor Aruba te ontwerpen. De regering steunde dit project met – alweer – een overheidsgarantie. Het project zou motorraces van wereldkaliber gaan aantrekken en duizenden race-enthousiaste toeristen naar Aruba brengen.

Het project stuitte al snel op weerstand, vooral uit de hoek van milieuactivisten als ‘Aruba Dushi Tera’ en andere organisaties. Het plan zou milieuoverlast gaan veroorzaken, luchtvervuiling en geluidsoverlast. Het zou vernietigend zijn voor de natuur ter plekke en gevaarlijk omdat het gepland was op onstabiele grond, boven de gangen en tunnels van de voormalige fosfaatwinning. Het verzet tegen het project, aangewakkerd door de oppositie in het parlement, kon op grote publieke steun rekenen en er werd fysiek verzet aangekondigd tegen de eerste bouwactiviteiten die op het punt stonden te beginnen. Onder druk van deze beweging – er werd een algemene staking met stroomonderbrekingen voor oktober 1999 aangekondigd – moest de regering bakzeil halen en het project werd afgeblazen. Sanchez liet het daar niet bij zitten en daagde in 2003 de Arubaanse regering voor de rechter in Miami. Sanchez beschuldigde minister-president Henny Eman en minister Tico Croes van het laten mislukken van het project. Het Land Aruba werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van $ 20,5 miljoen, hetgeen de geschatte winsten zouden zijn uit het project gedurende 5 jaar.

Nel Oduber heeft gestemd
 
Deze affaire kostte de AVP bij de volgende verkiezingen (in september 2001) de kop: de verkiezingen werden gewonnen door de MEP, die 12 van de 21 zetels behaalden en voor het eerst zonder coalitie met een andere partij kon gaan regeren. De AVP verloor zwaar en viel terug naar 6 zetels. De OLA werd gedecimeerd tot 1 zetel. De PPA daarentegen, die de laatste twee verkiezingen geen zetel meer wist te behalen, kreeg er nu weer twee. Oud-minister Tico Croes trok zijn consequenties uit de verkiezingsnederlaag en stapte op als leider van de AVP. Hij werd in die functie opgevolgd door de jongste telg uit het AVP-geslacht: Mike Eman, broer van Henny, die tevens de bij de eerstvolgende verkiezingen lijsttrekker voor de groene partij werd. Zoals eerder aangekondigd trok Henny Eman zich volledig terug uit de politiek. In het kabinet Oduber III keerde Hendrik Croes terug op Justitie, Edison Briezen op Toerisme en Transport en Fredis Refunjol op Onderwijs. Nieuwe gezichten op het pluche waren Nilo Swaen op Financiën en Economische Zaken, Marisol Tromp op Sociale Zaken en Infrastructuur, Booshi Wever op Volksgezondheid en Ramon Lee op Arbeid, Cultuur en Sport.

Voor de verkiezingen in 2005 verklaarde Nelson Oduber niet als premier te willen doorgaan als er weer een coalitie gevormd moest worden. Bij die verkiezingen verloor de MEP een zetel maar behield met 11 zetels nog net de absolute meerderheid. De AVP herstelde zich enigszins en behaalde 8 zetels. Binnen de PPA deed zich vlak voor de verkiezingen een schisma voor waarbij politica Monica Arends-Kock uittrad en de Movimento Patriotico Arubano (MPA) oprichtte waarmee zij in het parlement terechtkwam. De PPA onder leiding van Benny Nisbet was door de interne perikelen zo verzwakt dat het geen zetel wist te behalen. Hetzelfde gebeurde met de OLA van Glenbert Croes. Nieuwkomer aan het politieke firmament, ex-pater Rudy Lampe wist met zijn partij RED wel een zetel te bemachtigen. Sinds 2005 regeert het kabinet Oduber IV, in praktisch dezelfde samenstelling: de plaats van Hendrik Croes (Justitie) is overgenomen door zijn broer Rudy Croes.

Verkiezingsoptocht MEP

Grote belasting voor de overheidsfinanciën tijdens de regeerperiode van dit kabinet is wel de schuld die moet worden afbetaald als gevolg van de door het kabinet Eman I toegezegde overheidsgaranties voor de niet voltooide hotelprojecten eind jaren ’80 (zie hoofdstuk Toerisme).
De maatschappijen die met overheidsgaranties aan het ontwikkelen van deze projecten waren begonnen, daagden het land Aruba en haar overheid voor de rechter in de Verenigde Staten en Italië en wonnen hun claims. Het ging om vele tientallen miljoenen dollars, door de overheid destijds gegarandeerd. De regering moest hieraan voldoen en de hieruit voortkomende financiële verplichtingen drukken zwaar op de overheidskas die worstelt met een steeds groter tekort op de staatsbalans, mede als gevolg van een topzwaar ambtenarenapparaat. Van elke door de regering ontvangen florin wordt bijna 70 cent besteed aan ambtenarensalarissen. Naast andere overheidsuitgaven blijft er dus weinig of niets over voor hoogstnodige investeringen. Vanaf 2001 liep de overheidsschuld van 1,2 miljard op tot ruim 2 miljard in het eerste kwartaal van 2007.

Grote schade liep het eiland op door de affaire Natalee Holloway. De Amerikaanse tiener verdween in 2005 spoorloos na een nachtje stappen. Drie lokale jongemannen werden ervan verdacht  de hand in haar verdwijning te hebben en werden langdurig vastgehouden en ondervraagd. De Amerikaanse pers stortte zich massaal op de zaak en de moeder van het verdwenen meisje liet niets na om Aruba en met name het justitiële apparaat in een kwaad daglicht te stellen. Er werd zelfs tot een boycot van het eiland opgeroepen. De negatieve publiciteit die met dit alles gepaard ging heeft het toerisme een behoorlijke klap bezorgd waarvan de gevolgen nog jaren te voelen zijn geweest. Het mysterie rond de verdwijning van het meisje is nog steeds niet opgelost. Het onderzoek is nog steeds gaande, terwijl het de vraag is of deze zaak ooit opgelost zal worden.

Het kabinet Oduber IV is door enkele geruchtmakende zaken in opspraak gebracht: de weigering om het in Nederland gesloten homohuwelijk van twee in Aruba ingeschreven vrouwen te erkennen en het geval van de omkoopbrief in de zaak Namdar: deze juwelier en projectontwikkelaar zou in een brief een miljoen gulden aan smeergeld aan de MEP hebben aan aangeboden voor het verkiezingsfonds, in ruil voor de ontwikkeling van het containerterrein aan de haven tot een luxueus jachthavenproject met condominiums en shoppingmalls. Ook deze zaak blijft nog door onopgehelderde mysteries omhuld.

Het kabinet Oduber IV maakte zijn regeertermijn vol. Bij de verkiezingen van september 2009 leden Oduber en de MEP een gevoelige nederlaag: de oppositiepartij AVP behaalde de absolute meerderheid (12 zetels).

Mike Eman na zijn verkiezingsoverwinning 

De MEP verloor 3 zetels en kwam op 8 en de nieuwkomer Democracia Real haalde de kiesdeler ditmaal wel: 1 zetel, voor Andin Bikker. De kleine oppositiepartijen RED (Rudy Lampe) en MPA (Monica Arends-Kock) keerden niet terug in de nieuwe Staten. Oud-minister-president Nelson Oduber zag af van zijn zetel in de Staten die hij aan een jonger nieuw fractielid liet.

Het kabinet Mike Eman I (2010-20...) is het eerste AVP-kabinet dat zonder coalitie kan regeren. 

 Premier Mike Eman

Er ontstond eind december 2010 een breuk in de fractie van de MEP bij de stemming over de door de regering ingediende voorstellen voor versobering van de pensioenregeling voor Statenleden en ministers. MEP-fractieleden Marisol Lopez-Tromp en Mervin Wyatt-Ras stemden voor de ingediende voorstellen terwijl de rest van hun fractie daar tegen was. De MEP zette daarop beide leden uit de fractie, waarna zij zich verder als onafhankelijke Statenleden opstelden. Beide dames sloten zich voor de verkiezingen van 2013 aan bij de AVP. 

Marisol Lopez-Tromp en Mervin Wyatt-Ras tijdens de behandeling van de pensioensversoberingswetten december 2010 

MEP-fractielid en oud-minister Nilo Swaen nam voor het ingaan van de nieuwe versoberingswetten per 1 januari 2011 zijn ontslag als Statenlid en verliet de politiek.

Candelario Booshi Wever 

MEP-Statenlid Candelario 'Booshi' Wever kondigde in juli 2011 aan uit de fractie van zijn partij te stappen aangezien hij het aanvankelijk door Oduber toegezegde leiderschap van de gele partij niet zou krijgen. Ook hij bleef zitten als onafhankelijk Statenlid. Voor de verkiezingen van 2013 richtte hij de nieuwe partij UPP (Union Patriotico Progresista) op. Hij haalde de kiesdeler echter niet.

Evelyn Wever-Croes 

In augustus 2011 werd Evelyn Wever-Croes, nicht van Betico, verkozen tot leider van de MEP, als opvolgster van Nelson Oduber.
Minister Richard Visser (Volksgezondheid en Sport) stelde zich niet verkiesbaar voor de verkiezingen van 2013 en verliet de politiek.

Op 27 september 2013 werd bij de Statenverkiezingen de AVP de grote winnaar en groeide in zetels van 12 naar 13 terwijl de MEP er eentje moest inleveren en op 7 uitkwam. De PDR van Andin Bikker behield de zetel die het had. 

 

[+]
  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Auto width resolution
  • Increase font size
  • Decrease font size
  • Default font size
  • default color
  • blue color
  • green color